zonmaan.

Psalm 147:4 Hij bepaalt het getal der sterren, Hij roept ze alle bij name.

Genesis 1:14-19
(14) En God zeide: dat er lichten(*1) zijn aan in het uitspansel des hemels om scheiding te maken tussen de dag en de nacht, en dat zij dienen tot aanwijzing zowel van vaste tijden als van dagen en jaren,
(15) en dat zij tot lichten zijn aan in het uitspansel des hemels om licht te geven op de aarde en het was alzo.
(16) God maakte dan de beide grote lichten , het grootste licht tot heerschappij over de dag en het kleinere licht tot heerschappij over de nacht, benevens de sterren(*2)
(17) En God stelde ze aan in het uitspansel des hemels om licht te geven op de aarde,
(18) en om te heersen over de dag en over de nacht, en om het licht en de duisternis te scheiden. En God zag, dat het goed was.
(19) Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vierde dag.

Belangrijk:
(*1) ‘Lichten’ is in het Hebreeuws een ander woord dan sterren. Licht geven (of gezette tijden aangeven etc) is de functie van de sterren die in vers 14 geschapen zijn.
Het geschapene dient ergens toe. Dat verzin ik niet, het woord geeft zelf aan welke functie het heeft : o.a. om scheiding te maken tussen dag en nacht.
[Lichten: in het Hebreeuws strong nummer H3974 ‘ma owr’]
(*2) ‘Sterren’
Psalm 8:3 aanschouw ik uw hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt.
Psalm 147:4 Hij bepaalt het getal der sterren, Hij roept ze alle bij name
[Sterren: in het Hebreeuws stron nummer (H3556) ‘kowkab’]

 

Waarom zijn de sterren, zon en maan geschapen?

  • om scheiding te maken tussen dag en nacht (vers 14)
  • dienen tot aanwijzingen / tekenen (vers 14)
  • dienen tot gezette / vaste tijden als  tot dagen en jaren (vers 14)
  • dienen om lichten te zijn in het uitspansel van de hemel en om licht te geven op de aarde (vers 15)
  • -beide grote lichten-  het grootste licht (de zon) om te overheersen de dag, (vers 16)
  •        het andere kleinere licht (de maan) om te overheersen de nacht (vers 16)  –> zie ook Jer.31:35 en Psalm 136:7-9 (!)
  • -beide grote lichten- en om licht te geven op aarde (vers 17)
  • -beide grote lichten- en om het licht en de duisternis te scheiden (vers 18)

 

Er was toch al licht?
Gen.1:3-5
(3) en God zeide: Er zij licht; en er was licht
(4) En God zag, dat het licht goed was, en God maakte scheiding*3 tussen licht en duisternis
(5) En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde hij nacht. Toen was het morgen geweest: de eerste dag

-In Gen.1:14-19 , de ‘vierde dag’, lezen we dat er fysieke zaken geschapen worden zoals sterren, zon en maan, die licht voortbrengen. De sterren, zon en maan ZIJN geen licht, ze brengen het voort!
Via de Hebreeuwse woordverbanden zien we dat het woord ster met druk en (op)branden te maken heeft.

-In Gen.1:3-5 het geschapen ‘licht’ zouden we, door de Hebreeuwse woordverbanden, mogen lezen als licht, blijdschap, nieuw leven. We komen het in die zin tegen in God’s woord als: het groene kruid, tekenen van nieuw leven, borstschild (de Urim), schatten, licht etc.
~In Psalm 36:10 staat: Want bij U is de bron van het leven, in uw licht zien wij het licht
~Jes.45:7 zegt dit: Ik ben de Here, en er is geen ander, die het licht (H216 = zelfde woord als in Gen.1:3) formeer (H3535) en de duisternis (H2822) schep (H1254)

Het idee is: Het licht wordt gevormd (!) en de duisternis ‘geselecteerd’, ‘neer gehouwen’ (!). We kennen het één dankzij de ander.
God werkt met contrasten. Het licht (leven, blijdschap, licht etc.) krijgt betekenis, geeft besef van wat het is, als je je bewust wordt van het ‘tegen’deel’, de duisternis.

 

Zon en maan met betrekking tot Zijn uitverkoren volk (!) 
*Sions heerlijkheid Jes.60:19-20
De zon zal u niet meer tot licht zijn bij de dag, noch de maan tot een schijnsel voor u lichten, maar de Here zal u tot een eeuwig licht zijn en uw God tot uw luister (20) Uw zon zal niet meer ondergaan en uw maan niet meer afnemen, want de Here zal u tot een eeuwig licht zijn en de dagen van uw rouw zullen ten einde wezen.

*Het nieuwe Jeruzalem
-Openb.21:23 En de stad heeft de zon en de maan niet van node, die haar beschijnen, want de heerlijkheid Gods verlicht haar en haar lamp is het Lam. En de volken zullen bij haar licht wandelen en de koningen der aarde brengen hun heerlijkheid in haar
-Openb.22:5 En er zal geen nacht meer zijn en zij hebben geen licht van een lamp of licht der zon van node, want de Here God zal hen verlichten en zij zullen als koningen heersen tot in alle aeonen (tijdperken)

 

 

This post has already been read 653 times!