vijfGods woord is DE waarheid. De vier evangeliën vullen elkaar aan, ook met betrekking tot het onderwerp de kruisiging! Naast het Mattheüs, Marcus en Lucas evangelie, verteld het Johannes evangelie ook nog extra bijzonderheden. Het zou zo mooi zijn als u alle hieronder weergegeven Schriftplaatsen met  aandacht zou kunnen doornemen  en onderzoeken. Ik ben een liefhebber om binnen de context via concordanties, strong notities en concordant commentaar woord voor woord onderzoek te doen. (Voor het complete overzicht zou u ook Psalm 22 erbij kunnen nemen).  HET SCHRIFTWOORD zal u rijk maken!   

Mat.27:33-44
33 En zij kwamen aan een plaats, genaamd Golgota, dat is de zogenaamde Schedelplaats.
34 en zij gaven Hem wijn, vermengd met gal, te drinken. En toen Hij die proefde, wilde Hij niet drinken. (…zie Marcus 15:25…)
35 Nadat zij Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij zijn klederen door het lot te werpen (*1),
36 en daar nedergezeten bewaakten zij Hem.
37 En boven zijn hoofd brachten zij op schrift de beschuldiging tegen Hem, aan: Dit is Jezus, de koning der Joden (…zie Joh.19:20 in Hebreeuws, Latijn en Grieks…)
38 Toen werden met Hem twee rovers gekruisigd (…zie Luc.23:33…)(*2), één aan zijn rechterzijde en één aan zijn linkerzijde.
39-40 En de voorbijgangers spraken lastertaal tegen Hem, schudden hun hoofd en zeiden: Gij, die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt, red Uzelf, indien Gij Gods Zoon zijt , en kom af van het kruis!
41 Evenzo spotten de overpriesters samen met de schriftgeleerden en oudsten en zeiden: 42 Anderen heeft Hij gered, Zichzelf kan Hij niet redden. Hij is Israels koning; laat Hij nu van het kruis afkomen en wij zullen aan Hem geloven. Hij heeft zijn vertrouwen op God gesteld; laat die Hem nu verlossen, indien Hij een welgevallen in hem heeft; want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon. 44 Op dezelfde wijze beschimpten Hem ook de rovers, die met Hem gekruisigd waren.

Marcus 15: 22-32
22 En zij brachten Hem op de plaats Golgota, hetgeen betekent Schedelplaats.
23 En zij gaven Hem wijn, met mirre gemengd, doch Hij nam die niet
24 En zij kruisigde Hem en verdeelden zijn klederen door het lot te werpen, wat ieder ervan krijgen zou.
25 Het was het derde uur, toen zij Hem kruisigden. 26 En het opschrift, dat de beschuldiging tegen Hem vermeldde, luidde: De Koning der Joden.
27 En met Hem kruisigden zij twee rovers (*2), één aan zijn rechterzijde en één aan zijn linkerzijde [28 En het Schriftwoord is vervuld geworden, dat zegt: En Hij is met de misdadigers gerekend]
29 En voorbijgangers spraken lastertaal tegen Hem, schudden hun hoofd en zeiden: Ha Gij, die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt, 30 red Uzelf, (…zie Mat.27:40…) kom af van het kruis!
31 Evenzo spotten de overpriesters onder elkaar samen met de schriftgeleerden en zeiden: anderen heeft Hij gered, Zichzelf kan Hij niet redden. 32 Laat de Christus, de koning van Israel, nu afkomen van het kruis, dat wij zien en geloven (….zie Mat.27:43…) Ook die met Hem gekruisid waren beschimpten Hem.

Lucas 23:33-43
33 En toen zij aan de plaats gekomen waren, die Schedel genoemd wordt , kruisigden zij Hem daar en ook de misdadigers, de ene aan zijn rechterzijde en de andere aan zijn linkerzijde.
34 En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. En zij wierpen het lot om zijn klederen te verdelen (*1).
35 En het volk stond erbij en zag toe. Ook de overste hoonden en zeiden: anderen heeft Hij gered, laat Hij nu Zichzelf redden, indien Hij de Christus Gods is, de uitverkorene!
36 Ook de soldaten kwamen naderbij om Hem te bespotten en brachten Hem zure wijn, 37 en zeiden: indien Gij de koning der Joden zijt, red dan Uzelf 38 Er was ook een opschrift boven Hem: Dit is de koning der Joden
39 Één der gehangen misdadigers lasterde Hem: Zijt Gij niet de Christus? Red Uzelf en ons! 40 Maar de andere antwoordde en zeide, hem bestraffende: vreest zelfs gij God niet, nu gij hetzelfde vonnis ontvangen hebt?
41 En wij terecht, want wij ontvangen vergelding, naar wat wij gedaan hebben, maar deze heeft niets onbehoorlijks gedaan.
42 En Hij zeide: Jezus, gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt. 43 En Hij zeide tot Hem: (weergave concordant)Voorwaar, ik zeg u heden, gij zult met Mij in het paradijs zijn.

Joh.19:16-27
16 Zij dan namen Jezus, 17 en Hij, zelf zijn kruis dragende, ging naar de zogenaamde Schedelplaats, in het Hebreeuws genaamd Golgota, 18 waar zij Hem kruisigden en met Hem twee anderen, aan weerzijden één, en Jezus in het midden. 19 En Pilatus liet ook een opschrift schrijven en op het kruis plaatsen; er was geschreven: Jezus de Nazoreeer, de Koning der Joden.
20 Dit opschrift dan lazen vele der Joden, want de plaats, waar Jezus gekruisigd werd, was dicht bij de stad, en het was geschreven in het Hebreeuws, in het Latijn en in het Grieks.
21 De overpriesters der Joden dan zeiden tot Pilatus: Schrijf niet: De Koning der Joden, maar dat Hij gezegd heeft: Ik ben de Koning der Joden.
22 Pilatus antwoordde: wat ik geschreven heb, heb ik geschreven.
23 Toen dan de soldaten Jezus gekruisigd hadden, namen zij zijn klederen en maakten daarvan vier delen, voor iedere soldaat één deel, en zijn onderkleed. Dit kleed nu was zondernaad, aan één stuk geweven
24 Zij zeiden dan tot elkander: laten wij dit nietscheuren, maar erom loten, voor wie het zijn zal; zodat het schriftwoord vervuld werd: zij hebben mijn klederen onder elkander verdeeld en over mijn kleding hebben zij het lot geworpen (*1). Dit hebben dan de soldaten gedaan.
25 En bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder en de zuster zijner moeder, Maria van Klopas en Maria van Magdala
26 Toen dan Jezus zijn moeder zag en de discipel, die Hij liefhad, bij haar staande, zeide Hij tot zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon. 27 Daarna zeide Hij tot de discipel:  Zie, uw moeder. En van dat uur af nam de discipel haar bij zich in huis.

(*1) Psalm 22: 17-19
17 want honden hebben mij omringd, een bende boosdoeners heeft mij omsingeld,
Die mijn handen en voeten doorboren.
18 Al mijn beenderen kan ik tellen; zij kijken toe, zij zien met leedvermaak naar mij.
19 Zij verdelen mijn klederen onder elkander en werpen het lot over mijn gewaad

(*2) Misdadiger(=boosaardig) en rovers(=iets wegnemen (met geweld)
Algemeen: een misdadiger hoeft geen rover te zijn, en vice versa.
-In Mattheüs 27:38 en Marcus 15:27 evangelie staat ‘rovers’. Het Griekse grondwoord is G3027 lestes. Vertaald met rovers, bandieten. Dat heeft te maken met iets wegnemen (eventueel met geweld) wat van een ander is.
Het woord komt 15x voor (Mat.21:13, 26:55, 27:38, 27:44, Marc.11:17, 14:48, 15:27, Luc:10:30, 10:36, 19:46, 22:52, Joh.10:8, 18:40, 2 Kor.11:26)
-In het Lucas 23:33 wordt gesproken over ‘misdadigers’. Het Griekse grondwoord is G2557 kakourgos. Vertaald met misdadiger. Dit woord heeft te maken met ‘kwaad van binnenuit, boosaardig zijn’. Het heeft te maken met innerlijk. Het woord komt 4x voor (Luc.23:32,33,39 en in 2 Tim.2:9. Het Griekse bronwoord ‘G2556 ‘kakos’ komt 50x voor (zie concordantie…)
-In Joh.19:18 wordt gesproken over twee anderen. Maar de sleutel in deze tekst is het Griekse woord ‘entheuten’ wat men vertaald met ‘aan weerszijde één’, maar het woord heeft te maken met ‘vanaf hier of hiervandaan. Als je vanuit het middelpunt kijkt – onze Heer-, dan krijg je twee hiervandaan en nogmaals twee hiervandaan. Dat is dan volkomen in lijn met de mededelingen van de ‘rovers en misdadigers’ zoals beschreven in de andere evangeliën.
Er stonden vier kruisen met misdadigers en rovers (een beeld van de wereld (Psalm.22:28), en een kruis met onze Heer in het midden. In totaal stonden er vijf kruisen

This post has already been read 725 times!