hulp_geestelijke_blindheid

Ook als audio te beluisteren :
klik hier voor –> audio: hoe omgaan met geestelijke blindheid

Vandaag zullen we kort nadenken over hoe onze reactie zou zijn op geestelijke blindheid. Daarvoor lezen we een stukje uit het Johannes evangelie.

Joh.12:37-40 En hoewel Hij zovele tekenen voor hun ogen gedaan had, geloofden zij niet in Hem,
38 opdat het woord van de profeet Jesaja vervuld werd, (…)
39 Hierom konden zij niet geloven, omdat Jesaja elders gezegd heeft:
Hij heeft hun ogen verblind en hun hart verhard, dat zij niet met hun ogen zien, met hun hart verstaan en zich bekeren

Er is iets wat we geestelijk zouden verstaan, en dat is dat het ‘zien en horen’ aan ons gegeven is door God.
Er ligt een simpele waarheid in deze verzen, de oorzaak waarom sommige niet geestelijk zien  ligt in het feit dat HIJ=GOD hun ogen verblind heeft en hun hart verhard.
Hij is degene die daarvoor verantwoordelijk is.
Merk op hoe het in de tekst niet …..en hierom konden ze niet geloven…..want:God had hun ogen verblind.
WIE deed dat ? God!

Weet u dat ‘geestelijk blind’ zijn geen eeuwig durende toestand is. Gods woord beschrijft dat aan het einde ‘iedereen zal zien en zal verstaan’. U vind dat terug in 1 Kor.15:26-28. Uiteindelijk zal iedereen zich verheugen net zoals u zich nu al verheugd en al leeft in grote dankbaarheid.
Ondertussen is het misschien lastig om je in deze wereld te bewegen tussen al die mensen die geestelijk niet kunnen zien’.
Soms kijken we met verbazing hoe ‘geestelijk blind’ de ‘wereld’is. Hoe men niet herkend en erkend dat het alleen maar om de ene God gaat en wat Hij doet en wat Hij doen zal.

Bij het ‘evangeliseren’ probeert men altijd om mensen te bekeren, maar heeft u de tekst die we net gelezen hebben wel eens zo benaderd : Als de zoon van God, Jezus Christus hen niet kon bekeren omdat God de Vader hun ogen had verblind, denkt u dan werkelijk dat wij meer succes zouden hebben om mensen te bekeren en hun gedachten te richten op God?

Om de geweldige waarheid van het evangelie te delen bedenken we soms diverse menselijke methoden, om het nog scherper, nog beter over te brengen, zodat de toehoorder maar  ’geestelijk zal zien en horen’ en de vreugde mag proeven die gelovigen in genade nu al mogen kennen … Maar weet u wat de waarheid is: dat dat NU niet door onze inspanningen zal gebeuren met de meeste mensen, want dat is God zijn werk.
Heel veel van onze contacten met mensen die God ons laat ontmoeten heeft dus niets met ‘bekeren’, of ‘hen geestelijk laten zien’  te maken. En dan komt de vraag naar boven: hoe gaan we in het dagelijkse leven om met geestelijke blindheid?  Waar ligt onze ‘verantwoordelijkheid’ tot hen die  geestelijk ‘blind en of doof’ zijn?

Stel, u staat bij een kruising in een centrum van een hele drukke stad. Overal is verkeer en er lopen mensen en er rijden scootertjes rond. Chaos en herrie overheersen.
Naast u staat een blinde man die wil oversteken. Hulpvaardig als u bent, en omdat we gezegend zijn om te kunnen zien, biedt u aan om hem te helpen naar zijn doel.
En zo loopt u samen met de visueel gehandicapte man veilig naar de overkant. Dit is een beeld van hoe we om zouden kunnen gaan met hen die ‘geestelijk blind’ zijn.
Omdat zij niet ‘geestelijk kunnen zien’ wil niet zeggen dat ze niet kunnen profiteren van uw ‘geestelijk zicht’.

Een andere reactie zou kunnen zijn, dat u naast de blinde man op de straat gaat staan en uw zorgen begint te delen of hij wel of niet veilig aan de overkant zou komen. Zo zouden we, die ‘geestelijk zicht’ om niet hebben ontvangen, naast familie of broeders kunnen gaan staan en met hen klagen en onze zorgen uiten.
Soms zouden we, die ‘geestelijk zicht’ om niet hebben ontvangen, de ander zelfs kunnen beledigen of oneerlijk behandelen, en hen van de plaats stoten die ze van God hebben ontvangen (hen vernederen).
Dat zijn natuurlijk kinderachtige reacties, waarom? .. omdat wij, het ‘geestelijk zicht’ om niet(!) hebben ontvangen.
Het is dus pure genade van God die u en mij geestelijk zicht geeft. Het is een geweldige voorrecht (…de rest volgt, weet u nog , 1 Kor.15:26-28)
De mensen om ons heen weten niet dat God alles doet medewerken ten goede voor hen die geloven en geroepen zijn naar Zijn voornemen. U mag dat beseffen.

Uw reactie naar die blinde man op straat was er één van behulpzaamheid, bereidvaardigheid, van compassie, u benaderde hem liefdevol, waarbij u zijn belang voorop stelde.
De meeste mensen in de wereld zijn geestelijk gezien zoals de blinde man. Het is dus een voorrecht van hen die ‘geestelijk zicht’ hebben ontvangen om dit te delen met hen.
We kunnen niets doen aan hun ‘blindheid’, maar we mogen uitdelen van God’s genade.
We leggen onze armen om hen heen die lijden en vertellen wie God is. Misschien hebben ze nog nooit van God gehoord, of is hen altijd verteld van een God die hard is en straffend. Hoe mooi is het dan om te delen dat iedereen door Hem geschapen is, dat je in Zijn liefdevolle armen mag rusten , en dat God alles onder controle heeft ook al begrijp je het niet. En dat God zaken recht zal zetten.

Misschien kan je dit troosten of bemoedigen vergelijken met de relatie tussen ouders en kinderen. Vaak zijn jonge kinderen bang voor het donker bij het slapen gaan. Als ouder mag je dan liefdevol hen troosten en vertellen dat donkerheid niet eng is, dat er een God is die met je gaat, dat je niet alleen bent. En het vertrouwen wat een kind in zijn ouders heeft, zal een kind dan de rust vinden en kunnen slapen.
Onze bediening tot hen die naast ons gesteld zijn en misschien geestelijk blind zijn, is er één van liefde, ontferming, zachtmoedigheid. We zijn niet uit op vernedering, we zijn niet uit op niet respectvol zijn. We delen genade uit, in vreugde, aan allen die om ons heen gesteld zijn door God.

This post has already been read 578 times!