melchisedekv2In de Hebreeën brief is hoofdstuk zeven het centrum van de brief. De schrijver zet alle schijnwerpers aan als hij gaat spreken over Melchisedek.
Psalm 110 speelt een grote rol in de Hebreeën brief. De schrijver geeft overeenkomstig de profetie in deze Psalm weer dat de Messias, de zoon van David, de priester zou zijn naar de ordening van Melchisedek. De Hebreeën waren op de hoogte van deze profetie.

De schrijver geeft onderwijs
-Melchisedek is zo groot, dat de aartsvader Abraham een tiende gegeven heeft van het beste van de buit.
-Melchisedek, is koning van Salem en priester van de allerhoogste God.
Binnen het Jodendom konden deze ambten niet gecombineerd worden. Het ene ambt (koning) kwam voort uit de stam van Juda, het andere ambt (priester) uit de stam van Levi.
-Psalm 110 zegt dat de zoon van David priester zal zijn naar de ordening van Melchisedek

Maar de schrijver geeft ook typologisch onderwijs
-Melchisedek volgens uitlegging van zijn naam is koning van gerechtigheid
-Koning van Salem – vrede-
-zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister,
-zonder begin van dagen of einde des levens,
Aan het feit dat iets  NIET genoemd / vermeld wordt heeft OOK betekenis, namelijk dat het verwijst naar de zoon van God.

Abraham ontmoet de koning en de priester.
De schrijver laat ook zien dat Abraham een ontmoeting heeft met Melchisedek = koning, maar feitelijk ook een ontmoeting met Levi – de stamvader van het latere priesterschap.
-Dat klinkt voor ons in onze westerse maatschappij van nu misschien raar, maar, zegt de schrijver, Levi zat in de lendenen van zijn vader (vers 10)

Nu priester, straks koning
Vandaag (ano 2016) is Melchisedek priester. Hij is gezeten aan God’s rechterhand (zie Psalm 110). Hij is nu onttrokken aan het oog.
Zo eindigt hoofdstuk zes van de Hebreeën brief: vers 19-20 Haar hebben wij als een anker der ziel, dat veilig en vast is, en dat reikt tot binnen het voorhangsel, 20 waarheen Jezus voor ons als voorloper is binnengegaan naar de ordening van Melchisedek hogepriester geworden in eeuwigheid.
Dan , na dit gegeven, gaat de schrijver uiteenzetten waarom Melchisedek in alle opzichten verwijst naar de levende Messias, Christus Jezus.

Betoog van de schrijver
In de Hebreeën brief gaat het vooral om het feit dat in deze tussentijd wij een Messias kennen die onttrokken is aan het oog. Dat wil zeggen, Hij doet zijn dienst achter het hemels heiligdom. We zien hem niet. De Hebreeën verwachte een Messias die zich als koning zou vestigen en zichtbaar zou zijn.
De schrijver geeft aan hen aan dat het niet zichtbaar zijn niet gek is omdat het volkomen in overeenstemming is met hun ‘eigen bijbel’, het ‘oude testament’.
Vandaar dat de schrijver later in de brief uitgebreid ingaat op de tabernakel (zie hoofdstuk 9)

This post has already been read 574 times!