Jeruzalem70Hebr.6:1-8
1 Laten wij daarom het eerste onderwijs aangaande Christus laten rusten en ons richten op het volkomene, zonder opnieuw het fundament te leggen van bekering van dode werken en van geloof in God, 2 van een leer van dopen en van oplegging der handen, van opstanding der doden en van een eeuwig oordeel; 3 en dat zullen wij doen, indien God het vergunt.
4 Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht zijn geweest, van de hemelse gave genoten hebben en deel gekregen hebben aan de heilige Geest, 5 en het goede woord Gods en de krachten der toekomende eeuw gesmaakt hebben, 6 en daarna afgevallen zijn, weder opnieuw tot bekering te brengen, daar zij wat hen betreft de Zoon van God opnieuw kruisigen en tot een bespotting maken. 7Want de grond, die de regen, welke er telkens op valt, indrinkt en gewas voortbrengt, geschikt voor hen, ter wille van wie hij ook bewerkt wordt, ontvangt zegen van God; 8doch als hij doornen en distelen draagt, is hij ondeugdelijk en niet ver van de vervloeking, die uitloopt op verbranding.

Dit Bijbelgedeelte heeft de reputatie als één van de moeilijkste te zijn van heel het N.T. Het zijn hele ernstige woorden.
Een tekst begrijp je als je deze verstaat in de context, in de samenhang, waarover gaat het? aan wie is het geadresseerd? op welke tijd slaat het? etc.
Wat is nu belangrijk voor het verstaan van deze Hebreeën brief?
Daarom eerst een paar opmerkelijke zaken:
-Deze Hebreeën brief stond oorspronkelijk tussen de brieven van Paulus.
-De naam van Paulus ontbreekt. Alles wijst naar hem, maar zijn naam ontbreekt. (zie 2 Thes.3:17)
Dat is logisch want de naam van Paulus is gekoppeld aan de Natiën (zie Hand.13) en deze brief is gericht aan de Hebreeën
-De brief is gericht aan de natie Israël (Hebr.10:30)
-De brief is van de 2e generatie (Hebr.2:3) ergens in de 60′er jaren geschreven. Vlak voor de verwoesting van Jeruzalem en het einde van de Joodse natie in die dagen.

(vers 1) Laten wij daarom het eerste onderwijs aangaande Christus laten rusten en ons richten op het volkomene, zonder opnieuw het fundament te leggen van bekering van dode werken en van geloof in God
…laten we daarom Eerder was gesproken over melk en vaste spijs. De schrijver wilde hen vaste spijs serveren (zaken over Melchisedek spreken), maar dat kon niet. Ze stonden stil in hun ontwikkeling, sterker nog , ze waren weer terug bij af.
…het eerste onderwijs aangaande Christus laten rusten . Letterlijk staat er: het woord van het begin van de Christus laten rusten
vraag: Waar begint dat ‘het woord van de Christus’? antw: De Hebreeërs hadden de Tenach, dat waren de eerste woorden (onderwijs) van de Christus. Maar inmiddels was de Heer gestorven en opgestaan en is HIJ verborgen in het hemels heiligdom.
Let op wat Paulus zegt in 2 Kor.5 zo kennen wij dan van NU aan niemand naar het vlees, indien wij Christus naar het vlees kennen, thans niet meer.
De Heer was als een Joodse jongen groot geworden. Jezus sprak als mens en had zichzelf herkend in de schrift (denk aan: in de boekrol staat van mij geschreven Hebr.10:7-> Ps.40:8)
Dat wat in de evangeliën gesproken is, is brood voor de kinderen Israëls en dat is niet goed om aan de hondjes (Natiën) te geven (Math.15:26).
Alle Schrift is voor ons, maar gaat niet OVER ons (honden/heidenen). De context voor ons is heel anders. We zouden de Schrift recht snijden (2 Tim.2:15) Wat is voor wie? Paulus, de leermeester van de Natien (1 Tim.2:7), kende Jezus naar het vlees niet. Hij ontmoette de verheerlijkte Heer, buiten het land.

en ons richten op het volkomene. Het gaat hier over volwassenheid. Dit sluit aan waar hij het over had: melk is voor kinderen, vaste spijs is voor volwassenen.

zonder opnieuw het fundament te leggen van bekering van dode werken en van geloof in God. Letterlijk staat er neerwerpen. Dat heeft een verband met grondlegging. Dat kan negatief zijn, maar hier wordt gesproken over het fundament dat wordt gelegd.
Het fundament spreekt hier van: -melk, kindertijd, oude verbond- en wat er op gebouwd wordt, spreekt van: -vaste spijs, volwassenheid-
Dit vers gaat over het fundament, de eerste beginselen, het ABC.
Wat was voor de Hebreeërs fundamenteel?

(1)het eerste wat genoemd wordt is: bekering van dode werken. Dat kende de Hebreeërs. Dode werken is wat anders dan boze werken. Dode werken is dat waar het leven (het woord!) in ontbreekt. Er staat eigenlijk : een mens zou zich bezinnen (om-denken) van dode werken.
(2)Het tweede wat genoemd wordt : geloof OP God (staat er letterlijk). Je steunt OP God. Daar sta je op, op wat HIJ gesproken (beloofd) heeft.

(vers 2) van een leer van dopen en van oplegging der handen, van opstanding der doden en van een eeuwig oordeel;
(3)Het derde: leer van dopen (meervoud). Een Hebreeër kende dat. Dopen is een door en door Joodse bezigheid. Een Jood doopte (=rituele wassingen) zich(zelf).  Daarom was Johannes de doper zo bijzonder. Hij doopte anderen. Dat kende men niet.
In Hebr.9:10 lezen we: daar zij met hun spijzen en dranken en onderscheiden wassingen slechts bepalingen voor het vlees zijn, opgelegd tot de tijd van het herstel.
Een ander voorbeeld van rituele wassingen vinden we in Marc.7:3 want de Farizeeën en al de Joden eten niet zonder eerst een handwassing verricht te hebben, daarmede vasthoudende aan de overlevering der ouden, …en in vers 4: 4en van de markt komende eten zij niet dan na zich gereinigd te hebben; ….bijvoorbeeld het onderdompelen van bekers en kannen en koperwerk,

(4)…en van oplegging der handen
Als de Hebreeërs naar de tempel ging en een offer bracht dan identificeerde hij zich met dat offer en legde hij zijn handen op de kop van een dier.
Oplegging met handen is identificeren met.

(5)…van opstanding der doden Ook daar spreekt de Tenach over. Dat kende ze. (zie Joh.11:24)
Even tussendoor. In het N.T. lezen we over opstanding UIT de doden. Dan staan een of meerdere op tussenuit de doden. Christus is als eersteling opgewekt.

(6) …en van een eeuwig oordeel. Er staat hier letterlijk : een eaonisch oordeel. In de Christelijke wereld denkt men aan een eindeloosheid oordeel. De Schrift kent dat NIET!!Aan een eaoon (tijdperk) zit een begin en een einde. God richt in tijdperken en met betrekking tot tijdperken.
Dat (al het voorgaande) hoort bij het fundament, het ABC, dat kende de Hebreeërs.

(vers 3) en dat zullen wij doen, indien God het vergunt.
Paulus zegt, laat dit rusten. En in wezen is dit de aanloop naar de vaste spijs. Richting o.a. Melchisedek en de tabernakel. Al die bepalingen blijken schitterende verwijzingen te zijn naar de positie die de Messias (Christus Jezus) vandaag heeft. Hij is onttrokken aan het oog (achter het voorhangsel), en te Zijner Tijd zal Hij zich tonen en uit het heiligdom komen.

(vers 4) Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht zijn geweest, van de hemelse gave genoten hebben en deel gekregen hebben aan de heilige Geest,
Dit is de structuur: (vers 4) want het is onmogelijk,   …  tussenzin    … (vers 6) …weder tot bekering te brengen
Nu gaan we naar vers 4. Het gaat over mensen die zegen hebben ondervonden , MAAR niet werkelijk geraakt zijn in hun hart door het woord.

…die eens verlicht zijn geweest, van de hemelse gave genoten hebben. Ze hebben het licht (van boven) gezien en hebben GEPROEFD van een hemelse geschenk (gave).

en deel gekregen hebben aan heilige Geest. Letterlijk staat er : deelhebbers van heilige geest. Wat betekent dat? Denk aan Bileam.(Num.22-24) . In het algemeen, als de geest OVER je komt, gaat het NIET over mensen die verzegeld zijn met God’s  geest. (Efez.1). Het gaat over geest die over iemand komt . Zie Num24:2 en de geest Gods kwam OVER hem (Bileam). Of  1 Sam.10:6 Dan zal de Geest des Heren u aangrijpen.

–>Is het een garantie dat als de geest over je komt dat je een gelovige bent? neen, niet perse. Je kan deel hebben aan God’s geest zonder werkelijk een gelovige te zijn.

(vers 5) en het goede woord Gods en de krachten der toekomende eeuw gesmaakt hebben,
…en het goede woord Gods..gesmaakt hebben. Ze hebben de uitspraken van God geproefd. Ze wisten dat het een goed woord was.
…de krachten van de toekomende eeuw (tijdperk) gesmaakt (proefde ze). Dat waren geweldige voorrechten. Er wordt hier gesproken over de KRACHTEN van de toekomende eeuw. Vaak komen we dat tegen i.c.m. tekenen en wonderen. De krachten die in de dagen van het boek Handelingen zichtbaar werden waren krachten die straks  (in de toekomende eeuw/tijdperk)zichtbaar zullen worden. Het waren zichtbare , onmiskenbare manifestaties van God. Het waren getuigenissen van de Messias.
Vele Hebreeërs zijn door DEZE wonderen en tekenen (= krachten) tot geloof gekomen. Zie Joh.1:23 En terwijl Hij te Jeruzalem was, op het Paasfeest, geloofden velen in zijn naam, doordat zij zijn tekenen zagen, die Hij deed;
Waarom geloofde ze? Door zijn woord? Neen, door zijn wonderen. Het was geen ‘WOORD GELOOF’, maar een ‘WONDEREN GELOOF’. Dat hadden de Hebreeërs geproefd.

(vers 6) en daarna afgevallen zijn, weder opnieuw tot bekering te brengen, daar zij wat hen betreft de Zoon van God opnieuw kruisigen en tot een bespotting maken.
…en daarna afgevallen zijn. Ze zijn naast het fundament gevallen.
Die tienduizenden Hebreeërs geloofde dat de Messias in HUN dagen zou terug keren. En dat gebeurde niet. Ook de wonderen en tekenen behoorde tot het verleden (Hebr.2). Daarom vielen er velen af.

… weder opnieuw tot bekering te brengen.
Ze waren ooit tot bekering gekomen. Ze hadden zich laten dopen. En nu keren ze terug naar het Jodendom. En de schrijver zegt nu dat het niet mogelijk is om hen weder tot bekering te brengen.
Vraag: Waarom dan? eerst dit..
…daar zij wat hen betreft de Zoon van God opnieuw kruisigen en tot een bespotting maken. Zij maakte ooit in onwetendheid deel uit van het volk dat de Messias overleverde om te kruisigen. Maar nu waren ze tot geloof gekomen in de Messias, en vielen weer af, en keerde terug naar het volk dat de Messias had overgelevert (en niet geloofde dat de Heer Jezus de Messias was!). Het verschil was nu dit: Ze wisten (door hun bekering eerder) wie de Messias was. Door terug te keren naar het Jodendom maakte ze de Heer tot een bespotting omdat ze door het terugkeren naar het Jodendom afstand namen van de Messias en Hem daarom wederom kruisigde. Het was nu een welbewuste daad.
Later in Hebr.10:29 staat iets soortgelijk : ..die de Zoon van God met voeten heeft getreden, het bloed des verbonds, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht en de Geest der genade gesmaad heeft?

(vers 7) Want de grond, die de regen, welke er telkens op valt, indrinkt en gewas voortbrengt, geschikt voor hen, ter wille van wie hij ook bewerkt wordt, ontvangt zegen van God;
Nu gaat de schrijver toelichten. Hij gebruikt deze beeldspraak.Als het woord in goede aarde valt, dan draagt dat vrucht (zegen)

(vers 8) doch als hij doornen en distelen draagt, is hij ondeugdelijk en niet ver van de vervloeking, die uitloopt op verbranding.
Doornen en distelen is een uitbeelding van vervloeking (= ontbreken van zegen). Onkruid verstikt gewas dat wel goed groeit.
In dit vers raken beeldspraak (aarde regen/zegen/doornen en distelen) en de realiteit elkaar.
…uitloop op verbranding. Waar gaat het hier over? Gaat het hier over de hel? voor hen die het kerkepad verlaat?
Absoluut niet! Het gaat hier over een specifieke situatie/groep van al die Messias belijdende Joden die hun geloof ‘vaarwel hadden gezegd’. Ze vielen naast het fundament. Als u verzegelt ben met God’s geest is dat vast (Efez.1:13).
In de tijd waarin de schrijver deze brief schreef was de verwoesting van Jeruzalem aanstaande. (zie ook Hebr.8:13 …is niet ver van verdwijning.)

This post has already been read 650 times!