geadresseerde

De Hebreeënbrief staat bekend als een moeilijke verstaanbare brief.  De brief heeft de vorm van een toespraak waarbij de schrijver zijn eigen naam niet benoemd. Daarom willen we eerst kijken naar een aantal vragen voordat we de tekst in detail binnen de context bestuderen.
(1)-Wie zijn de geadresseerden?
(2)-Wie is de schrijver?
(3)-Wanneer is de brief geschreven en met het oog waarop?
(4)-Wat is de setting van de brief?

(1)-Wie zijn de geadresseerden?
A – In de grote drie complete oude handschriften (Sinaïticus, Vaticanus, Alexandrinus) staat als opschrift: aan de Hebreeën.
De term Hebreeën komen we tegen in Hand.6:1-2 “En toen in die dagen de discipelen talrijker werden, ontstond er gemor bij de Grieks sprekenden (hellenisten) tegen de Hebreeën (zij die Hebreeuws spraken)”.

B – In de aanhef (vers 1) van de Hebreeën brief vind je een grote aanwijzing, namelijk: de vaderen.
De vaderen van wie? Van Israël. Zie Rom.9:5 “hunner zijn de vaderen en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus, die is boven alles, God, te prijzen tot in eeuwigheid!”

C – Er zijn vele kleine aanwijzingen in de brief zelf waar we vanzelf op komen.
Één voorbeeld dat ik nu wil benoemen komt uit Hebr.10:30. Daar wordt uit Deutr. 32 geciteerd: (zie vers 35-36) ”de Here zal zijn volk oordelen.”
Hier gaat het over Israel en dat wordt toegepast op de Hebreeën.

D – De lezers worden gewaarschuwd voor een terugval in het Jodendom.
Dit is belangrijk en staat in misschien wel het moeilijkst te verstane gedeelte uit de brief, namelijk in hoofdstuk 6.
Vanaf de kansel wordt dit vaak direct op ons in deze tijd toegepast, terwijl men geen idee heeft van de setting en de geadresseerde.

Hebr.6:1 “Laten wij daarom het eerste onderwijs aangaande Christus laten rusten en ons richten op het volkomene, zonder opnieuw het fundament te leggen van bekering van dode werken en van geloof in God, 2 van een leer van dopen en van oplegging der handen, van opstanding der doden en van een eeuwig oordeel;”
“…eerste onderwijs aangaande Christus.” Men had in het ‘O.T.’ onderwijs verkregen over de Messias.
“…leer van dopen.” De Hebreeën kenden dus een leer van dopen. In het Jodendom kende men rituelen wassingen bij diverse gelegenheden. Wat Johannes de Doper deed was nieuw. Hij doopte een ander. Bekend was, dat men zichzelf ‘doopte.’
“…oplegging der handen.” Verwijst naar de offerdienst waarbij de offeraar zijn handen op de kop van het dier legde.
“…van eeuwig oordeel.” Een oordeel in verband met het toekomende tijdperk.
De schrijver zegt: laten we al deze eerste beginselen die we allemaal kennen, laten we die nu rusten en laten we ons op het volkomene richten. Het kennen van de eerste beginselen is dus een aanwijzing dat het gaat over Hebreeën / Hebreeuws sprekenden.

In Jeruzalem (en directe omstreken) woonden zeer vele Hebreeuws sprekenden die het onderwijs kenden aangaande de Messias en ook daaraan vasthielden. In Hand.21:20 lezen we: “En zij loofden God, toen zij dit hoorden, en zeiden tot hem: Gij ziet, broeder, hoevele duizenden (er staat tienduizenden) er onder de Joden gelovig zijn geworden en allen zijn zij ijveraars voor de wet” (de gebruiken, de besnijdenis, de sabbat etc.).
De Hebreeëngroep was een enorm omvangrijke groep in Jeruzalem.

(2)-Wie is de schrijver?
De schrijver vermeldt zijn naam niet, maar er zijn voldoende aanknopingspunten om te kunnen benoemen wie het is geweest. Namelijk Paulus. Dit gezegd hebbende, is het van belang te beseffen dat de schrijver dit zelf niet heeft bekend gemaakt en daar een reden voor had. Daarover verderop meer.

De volgende punten zijn ter overweging!
-Onze huidige Bijbelse indeling is gebaseerd op de Vulgata (Latijnse vertaling)
In de oorspronkelijke oudste Griekse manuscripten (Sinaiticus, Vaticanus, Alexandrinus) was de indeling als volgt:
* de evangeliën,
* Handelingen,
* dan besnijdenis geschriften (van Jacobus, Petrus en Johannes ~ die volgorde lees je ook in Galaten 2!)
* dan de brieven van Paulus
* en daarna het boek de Openbaring.
In de oorspronkelijke oudste Griekse manuscripten is de Hebreeënbrief geplaatst TEMIDDEN van Paulus zijn brieven. Namelijk tussen 2 Thes. en 1 Tim. In onze huidige bijbel zien we de brieven van Paulus, met als laatste Filemon, en DAARNA de Hebreeënbrief.
Daarnaast zien we in de oorspronkelijke manuscripten de besnijdenisgeschriften VOOR Paulus’ brieven staan. In onze huidige bijbel staan ze NA Paulus’ brieven.
De indeling, groepering van brieven is een belangwekkend gegeven en een aanwijzing.

-De schrijver hoorde niet direct tot de oorspronkelijke kring van de discipelen. dat lezen we in Hebr.2:3 “…dat allereerst verkondigd is door de Here, en door HEN, die het gehoord hebben, op betrouwbare wijze ons is OVERGELEVERD.”
De schrijver hoort niet bij HEN, de getuigen van Jezus op aarde.
-De schrijver is een buitengewoon groot kenner van de ‘Hebreeuwse bijbel’. Daarmee doet de schrijver zich kennen.
-De schrijver was een metgezel van Timoteüs. zie Hebr.13:23 “Weet, dat onze broeder Timoteüs in vrijheid gesteld is; als hij spoedig komt, zal ik met hem u bezoeken.”.
-Karakteristieke Paulinische afsluiting. Hebr.13:25 “De genade zij met u allen.”
-In 2 Petr.3:15 lezen we dat Paulus een brief aan de besnijdenis schreef. (vers 15-16) “… zoals ook onze geliefde broeder Paulus naar de hem gegeven wijsheid u geschreven heeft.” Hier zegt Petrus aan zijn geadresseerde: Paulus heeft jullie al een brief geschreven 16 evenals in alle brieven, wanneer hij over deze dingen spreekt.
De dertien brieven waar Paulus zijn naam onder staat zijn brieven aan de natien of ‘heiden gemeenten’. Waar Petrus het hier over heeft is dus de Hebreeënbrief.

-Bedenk daarbij dat Paulus een Hebreeër uit de Hebreeën was (Fil.3:6).
-Hij had ook een boodschap voor de kinderen Israëls. Dat werd specifiek bij zijn roeping benoemd. Zie Hand. 9:15 “…Ga, want deze is Mij een uitverkoren werktuig om mijn naam te brengen voor heidenen (natiën) en koningen en [de] kinderen Israëls.”
Paulus ging altijd als eerste naar de synagoge. Waarom? Men zegt dan ‘om Israel tot bekering te brengen’. Nee, Paulus wist op voorhand dat Israel zich niet zou bekeren en geen getuigenis van hem zouden aannemen.
Paulus had een besmette naam in de ‘Hebreeuwse wereld’ omdat zijn bediening heidens was, gericht op de natiën, waarbij Israël gepasseerd werd. En dat was pijnlijk, dat stak hen. En die boodschap is OOK de boodschap van de Hebreeënbrief.
Paulus predikte Israëls ondergang. Hun verwerping is de verzoening der wereld (Rom.11:15). Op grond daarvan is de boodschap naar de natiën gezonden.  zie Hand.13:41 (Paulus citeert hier een profeten woord) “Ziet, verachters, en verwondert u en verdwijnt; want Ik werk een werk in uw dagen, een werk, dat gij voorzeker niet zult geloven, als iemand het u verhaalt.”  In die dagen (+/- 70 n.C.) zijn de stad en de tempel verwoest.

-Paulus’ naam staat model voor Israëls terzijdestelling. Saulus werd Paulus toen een Jood afkerig was van het woord. Het heil ging nu naar een Romein (heiden!). Zie Hand.13:9.
Dat Paulus’ naam ontbreekt in de Hebreeënbrief heeft daar ook mee te maken en is veelzeggend. Paulus’ naam is verbonden met zijn boodschap tot de natiën. Het is niet direct een Paulinische brief. Het ontbreken van een naam heeft dus met zijn primaire boodschap te maken.

(3)-Wanneer is de brief geschreven en met het oog waarop?
Opvallend is dat deze brief in het Grieks geschreven is! Het is de vervulling van de woorden van Jesaja (Jes.28:11) “Voorwaar, door mensen die een onverstaanbare taal spreken, en in een vreemde tongval zal tot DIT volk spreken Hij..”

De Hebreeënbrief is geschreven met het oog op de val van Jeruzalem en de verwoesting van de tempel en dus de afschuwelijke dingen die over het volk zouden komen in het jaar zeventig.

-Het gaat om de tweede generatie (Hebr.2:3). Zie ook Hebr.5:12 “Want hoewel gij, naar de tijd gerekend, leraars behoordet te zijn, hebt gij weer nodig, dat men u de eerste beginselen van de uitspraken Gods leert, en gij hebt nog melk nodig (en) geen vaste spijs.”
-Brief geschreven rond 60-er jaren, vanuit Italië.  Zie Hebr.13:23 “Weet, dat onze broeder Timoteüs in vrijheid gesteld is; als hij spoedig komt, zal ik met hem u bezoeken.”
-De Heer stierf rond het jaar dertig. Een latere generatie (de 2e generatie) zou in het jaar 70 meemaken dat Jeruzalem vernietigd wordt (= 40 jaren later).
De Hebreeën brief bevat tal van verwijzingen naar de woestijnreis. Karakteristiek van die reis was dat Israël keer op keer in ongeloof was. Ze geloofde Gods belofte niet. Daarom konden ze ook niet de rust in gaan. Die woestijnreis duurde 40 jaren lang.
Het getal veertig  wordt diverse malen in de Hebreeënbrief genoemd. Zie Hebr.3:9 “waar uw vaders Mij verzochten door Mij op de proef te stellen, hoewel zij mijn werken zagen, veertig jaren lang;”
Deze periode (40 jaar)  staat model voor de generatie van de Hebreeën. Dus voordat de jaren 30 – 70 tot Jeruzalem in vlammen opging.

-In de Hebreen brief wordt gesproken dat er  een crisis aanstaande was.
-Zie Hebr.8:13 “Als Hij spreekt van (een) nieuw (verbond), heeft Hij daarmede het eerste voor verouderd verklaard. En wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning.”
-een ander voorbeeld. Als je de tekst Hebr.10:26 zonder context over de Nederlandse ‘kerkbezoeker’ uitstort, dan krijg je een zeer misplaatst leugen. De tekst zegt (Hebr.10:26-27) “Want indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis der waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonden meer over, 27 maar een vreselijk uitzicht op het oordeel en de felheid van een vuur, dat de wederspannigen zal verteren.”
“…Want indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis der waarheid gekomen zijn.”

Het gaat hier om de terugval in het Jodendom. Als je dus de Messias zou afzweren, dan blijft er geen offer meer over, want dan heb je de Heer (HET offer) afgewezen en bovendien, de offerdienst staat op het punt te verdwijnen.
“….maar een vreselijk uitzicht op het oordeel en de felheid van een vuur, dat de wederspannigen zal verteren.” Zie je, zegt men..dat is de hel…NEE!  Er is nog een korte tijd en dan zal de stad Jeruzalem werkelijk in vlammen opgaan.
Vergis u niet. Er heeft zich in het jaar 70 een afschuwelijk drama afgespeeld. De Romeinen hebben de stad verwoest, het tempelgerei gestolen en honderdduizenden Joden vermoord.

Hebr.13:12-14 verteld dit: “Daarom heeft ook Jezus, ten einde zijn volk door zijn eigen bloed te heiligen, buiten de poort geleden. 13 Laten wij derhalve tot Hem uitgaan buiten de legerplaats (Jeruzalem) en zijn smaad dragen. 14 Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige.”
Dat werd letterlijk vervuld in het jaar zeventig. Men zou buiten Jeruzalem een veilig oord vinden.

 

This post has already been read 1175 times!