(4 feb laatste toevoeging: fundament nieuwe Jeruzalem, )
Tijdens een bijbelstudie avond over Daniel 9 hebben we gisteravond (1 feb) ook stilgestaan bij de 144.000. Omdat ik bepaalde gedachten over deze groep niet los kon laten, heb ik nogmaals diverse teksten gelezen. Dankzij een aantal bijbelteksten mogen we iets meer weten van deze speciale groep , die God gebruikt in Zijn heilshandelen.
(NBG) Openb. 7:4 En ik hoorde het getal van hen, die verzegeld waren: honderdvierenveertigduizend waren verzegeld uit alle stammen der kinderen Israëls. (WB twaalfduizend uit elke stam)
(NBG) Openb. 14:1-5 En ik zag en zie, het Lam stond op de berg Sion en met Hem honderdvierenveertigduizend, op wier voorhoofden zijn naam en de naam zijns Vaders geschreven stonden. 2 En ik hoorde een stem uit de hemel als de stem van vele wateren en als de stem van zware donder. En de stem, die ik hoorde, was als van citerspelers, spelende op hun citers; 3 en zij zongen een nieuw gezang vóór de troon en vóór de vier dieren en de oudsten; en niemand kon het gezang leren dan de honderdvierenveertigduizend, de losgekochten van de aarde. 4 Dezen zijn het, die zich niet met vrouwen hebben bevlekt, want zij zijn maagdelijk. Dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Hij ook heengaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen als eerstelingen voor God en het Lam. 5 En in hun mond is geen leugen gevonden; zij zijn onberispelijk
In Openbaring 21 komt u nogmaals het getal honderdvierenveertig tegen.
vers 10 …en toonde mij de heilige stad, Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God
vers 12 …En zij had een grote en hoge muur en zij had twaalf poorten ……, en namen op (de poorten) geschreven, welke zijn die van de twaalf stammen der kinderen Israëls
vers 15-17 En hij, die met mij sprak, had een gouden meetstok om de stad op te meten, en haar poorten en haar muur. 16 En de stad lag in het vierkant en haar lengte was even groot als haar breedte; en hij mat de stad op met de stok: twaalfduizend stadiën; haar lengte en haar breedte en haar hoogte waren gelijk. 17 En hij mat haar muur op: honderd vierenveertig el, mensenmaat, die engelenmaat is.
vers 22 En een tempel zag ik in haar niet, want de Here God, de Almachtige, is haar tempel, en het Lam. 23 En de stad heeft de zon en de maan niet van node
Het bijbelgedeelte lijkt in verborgen termen aan te geven dat de speciale groep van honderdvierenveertigduizend verzegelden ’de muur’ vormen van het nieuwe Jeruzalem. En dat de twaalf stammen der kinderen Israëls de poorten vormen en de 12 apostelen de fundamenten (vers 14). Een rare gedachte? In 1 Petr.2:5 lezen we… en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis. Dat is bijzonder, daar heb ik nooit bij stil gestaan.
Wat verder opvalt is dat deze groep ‘gekocht zijn uit de mensen als eerstelingen’. Jacobus 1 vers 17 en 18 spreekt hier ook over: 17. daalt van boven neder, van de Vader der lichten, ……. 18 Naar zijn raadsbesluit heeft Hij ons voortgebracht door het woord der waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselen.
Jer.2:3 toen gij Mij gevolgd waart in de woestijn, in onbezaaid land; 3 Israël was de HERE geheiligd, de eersteling zijner opbrengst
(De bijbeltekst Jes.66:7-9 heeft frapante gelijkenissen met Openb 12. Maar ik zal u eerlijk zeggen dat ik niet goed kan verklaren waarom in jesaja gesproken wordt van ‘Voordat zij smarten kreeg, heeft zij gebaard; voordat de weeën haar overvielen, heeft zij een zoon ter wereld gebracht’, terwijl Openb 12 spreekt van ‘ en zij was zwanger en schreeuwde in haar weeën en in haar pijn om te baren’)
Als bovenstaande zo is, dan weten we dat de heilige stad is nedergedaald uit de hemel. De vraag die je nu zou kunnen stellen is , hoe zijn de honderdvierenveertigduizend , die de muur vormen, ‘in de hemel gekomen’
in Openb 12 :4-6 lezen we dit …..En de draak stond voor de vrouw (Israel), die baren zou, om, zodra zij haar kind gebaard had, dit te verslinden. 5 En zij baarde een zoon, een mannelijk wezen, dat alle heidenen zal hoeden met een ijzeren staf; en haar kind werd plotseling weggevoerd naar God en zijn troon.
Zou ‘haar kind’ de honderdvierenveertigduizend verzegelde kunnen zijn, die voortkomen als ‘groep’ of als ‘volk’ uit de vrouw (Israel)?
Mijn advies aan u is : Toetst alles en behoudt het goede.





